dinsdag 7 juli 2009

Standpunt VERDER-alternatieven knooppunt Hoevelaken na 1e fase MER

Met gemengde gevoelens heb ik de uitkomst gelezen van de eerste fase MER knooppunt Hoevelaken. Uiteraard is het fijn dat het alternatief met nieuwe wegen nu definitief is afgeserveerd, maar dit was nooit een serieus alternatief. Ik krijg de indruk dat ondanks het uitgebreide proces dat is opgetuigd, er gewoon op de standaardoplossing van verbreden wordt aangestuurd. Dit omdat bijvoorbeeld al in de inleiding wordt gezegd dat capaciteitsvergroting onvermijdelijk is. En bijvoorbeeld omdat de andere twee driehoeksstudies al geheel op verbreden zijn gericht, waardoor het verkeer extra snel richting knooppunt hoevelaken in de flessenhals wordt gepompt. De gemeenteraad zou de keuze krijgen tussen meerdere alternatieven, maar nu al is alleen verbreden nog over.

Het geheel lijkt gebaseerd te zijn op een aantal aannames, die te bestrijden zijn. De Nota Mobiliteit hanteert het uitgangspunt dat de overheid mobiliteit faciliteert als noodzakelijke voorwaarde voor economische en sociale ontwikkeling, lees ik in het peildocument. Dit is een denkfout. Er is economische groei die niet of minder aan mobiliteit is gekoppeld, en waarvoor de overheid zou kunnen kiezen om deze te stimuleren, in plaats van mobiliteitsintensieve economie. Er wordt voorbijgegaan aan duurzame economie en aan de gevolgen van mobiliteit voor milieu, natuur en landschap. Het is de taak van de overheid om al deze aspecten tegen elkaar af te wegen en de mobiliteit te beheren, beheersen en sturen.
Dat gezegd hebbende, zal ik de vier alternatieven langslopen.

OV+++: Bij dit alternatief valt mij een aantal zaken op.
Ten eerste: er wordt gesteld dat het barriëre-effect van de snelwegen alleen wordt aangepakt als de snelwegen zelf op de schop gaan. Dit vind ik een oneigenlijk argument, aangezien ecoducten en fiets- en loopbruggen ook apart kunnen worden aangelegd. Er is hoogstens enig synergievoordeel te behalen. Dit alles heeft echter niets met het mobiliteitsvraagstuk te maken, en mag geen onderdeel uitmaken van de afwegingen in het kader hiervan. Dat het barriëre-effect moet worden aangepakt is een zelfstandig feit dat ook zelfstandig kan worden afgehandeld. Geforceerd combineren met de verbredingsoptie werkt de schijn in de hand dat het als wisselgeld wordt gebruikt om de keuze naar het gewenste alternatief te sturen.
Ten tweede: Ik zou wel eens willen weten, op welke OV-maatregelen en welke studies de conclusie is gebaseerd dat OV+++ geen significant effect heeft. In vind het nu wel erg algemeen klinken.
Ten derde: Er wordt een filevermindering van 1% genoemd. Ten opzichte van welk jaar en welk streefcijfer is onduidelijk. Ook wordt bij de andere alternatieven niet genoemd hoeveel % aan files die dan wel wegnemen. De harde onderbouwing is dus bedroevend.
Concluderend vind ik, dat OV+++ wel verder moet worden onderzocht. Onderdelen hiervan kunnen bovendien wellicht ook voor andere alternatieven interessant zijn (denk aan het bundelen van OV-alternatieven als moderne busalternatieven of lightrail met snelwegen bij wegverbreding). Weest ook creatief hierin. Gebruik bijvoorbeeld de opcenten die de provincie oppot voor het bieden van korting op OV voor werknemers van bedrijven.

Verbreden:
Meer asfalt trekt meer verkeer aan. Verbreden heeft mijns inziens tot gevolg, dat over enige tijd de files twee keer zo breed zijn, en dus twee keer zoveel milieuverontreiniging bij Amersfoort veroorzaken. Dit wordt voor het gemak achter de tijdshorizon van het alternatief gelegd en niet meegewogen. Ik ben hierop tegen, en benadruk dan ook het aandachtspunt op pagina 13 van het VERDER-stuk, namelijk de toekomstvastheid van het alternatief. In de MER moet rekening worden gehouden met een vierbaansfile.
Het optimaliseren van het knooppunt is prima, maar verbreden is een schijnoplossing. Als beprijzing en andere mobiliteitsvoorkomende maatregelen niet effectief worden ingevoerd, zal op een gegeven moment de wal het schip moeten keren omdat er simpelweg niet genoeg ruimte is voor alle wegen, waarbij alternatieve mobiliteit en mobiliteitsvermijding vanzelf aantrekkelijker worden. Meer asfalt is geen duurzame oplossing van het probleem.
Daarnaast zitten er hoge verborgen kosten in verbreden. Dit alternatief zal ongetwijfeld op veel verzet stuiten, waardoor dure compenserende maatregelen nodig zijn, zoals geluidsschermen, overkapping en verdieping. Dit zal tot budgetoverschrijdingen leiden.
Bij de opties voor verbreden moet ook de optie worden bekeken om de A1 niet van 2x2 naar 2x4 te brengen, maar naar 2x3. De keuze voor 2x4 is niet onderbouwd.
Concluderend vind ik, dat als de optie verbreden verder wordt onderzocht, er ook goed moet worden gekeken naar de toekomstvastheid en of een verbreding van de A1 naar 2x3 niet een optie is, in plaats van een verdubbeling.

Sorteren:
Eigenlijk komt het alternatief sorteren neer op verbreden, maar met een ander gebruik van de rijstroken en mogelijk een groter ruimtebeslag. Dit maakt het alternatief onaantrekkelijker. Mocht er toch besloten worden tot verbreden, dan kunnen positieve elementen uit sorteren worden meegenomen. Dit is een verstandige keuze, mits dit niet tot meer asfalt leidt.

Nieuwe verbindingen:
Dit alternatief is wat GroenLinks betreft hiermee definitief afgeserveerd als een voorstel dat ook verkeerskundig onverstandig is.

zaterdag 20 juni 2009

GroenLinks gaat voor klimaatbestendige structuurvisie Amersfoort

Dit jaar stelt Amersfoort de structuurvisie vast voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Dit is verplicht door de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro). Deze eerste structuurvisie is een samenvatting van het bestaande beleid en bevat geen nieuwe punten. Na de gemeenteraadsverkiezingen wordt een nieuwe structuurvisie opgesteld, die de leemtes opvult die nu nog in de eerste structuurvisie bestaan. Deze leemtes worden veroorzaakt doordat de bestaande beleidsstukken niet naadloos op elkaar aansluiten, overlappen of strijdig zijn. De huidige gemeenteraad bereidt de nieuwe structuurvisie voor, door vast te stellen op welke dilemma's deze een antwoord moet geven.

Wat aan het voorliggende voorstel opvalt, is dat de dilemma's vooral worden gezocht in de bevolkingsontwikkeling en de economische ontwikkeling van de stad. Wat vervolgens ontbreekt, is op welke cijfers de structuurvisie zal worden gebaseerd, wat hier de onzekerheden in zijn, en hoe de structuurvisie hier rekening mee gaat houden. Ook de horizon van de structuurvisie is niet duidelijk: reikt deze tot 2015, 2030 of 2040?

Ondanks de fixatie op economische ontwikkeling, vraagt men zich niet af welke invloed de veranderende bevolkingssamenstelling zal hebben op de behoefte aan werk en het soort bedrijvigheid waar vraag naar zal zijn. Ook is nog niet in kaart gebracht wat de werkelijke behoefte aan bedrijventerreinen is, terwijl een overschot aan bedrijventerreinen en kantoorlocaties even slecht is voor het vestigingsklimaat als een tekort, doordat leegstand en verkrotting optreedt.

Hoewel in de inleiding wordt gesteld dat een samenhangende visie op duurzaamheid nodig is, komen natuur en milieu er bekaaid van af. Er moet worden bekeken of het landelijk gebied voldoende ruimte kan bieden voor natuur en recreatie, aldus het voorstel. Verder komen de woorden natuur en milieu er niet in voor.

GroenLinks vindt dit veel te mager. Zij wil dat de nieuwe structuurvisie aangeeft hoe Amersfoort omgaat met de klimaatsverandering. Hoe zorgen we ervoor dat de toenemende neerslag goed wordt afgevoerd? Is de piekafvoer van water uit de Gelderse Vallei via Amersfoort voldoende? Hoe zorgen we voor voldoende waterberging? Maar ook: hoe dringen we de mobiliteitsbehoefte terug of verschuiven we deze naar minder vervuilende vormen van vervoer? Het onderdeel verkeer is geheel op de pakketstudies gericht. In het voorstel komen auto en openbaar vervoer voor, maar fiets en voetganger niet, terwijl goede fietsroutes en autovrije gebieden het fietsen en lopen aantrekkelijker kunnen maken.

Het centrale dilemma dat in het voorstel wordt geschetst is "aan welke functies ruimte wordt geboden binnen de beperkt beschikbare ruimte", wat de functie van een structuurvisie op ruimtelijke ordening is en geen dilemma. Beter zou het zijn te spreken over hoe Amersfoort de overgang gaat maken van groeistad naar beheerstad. Maar wat GroenLinks betreft wordt het centrale dilemma: Hoe zorgen we voor een duurzaam, evenwichtig en klimaatbestendig Amersfoort?

dinsdag 17 februari 2009

Auto = economie => recessie = meer asfalt

Dat lijkt in elk geval de redenering van werkgeversorganisaties en sommige politieke partijen. Als kleine ondernemer stoor ik me er vaak aan, dat de KvK of MKB-Nederland pleiten voor meer asfalt. Vanuit mijn studeerkamer drijf ik handel met de hele wereld, zonder een meter te rijden. Waarom dus die roep om meer asfalt telkens?
In dit stukje wil ik ingaan op de economische gevolgen van twee alternatieven voor asfalt en de auto. Zijn deze inderdaad slecht voor bedrijven en de economie, zoals VVD en CDA in de gemeenteraad van Amersfoort telkens zeggen?
1) Thuiswerken i.p.v. forensen
Thuiswerken kan je stimuleren door het aanleggen van glasvezelnetwerken en het vastleggen van een wettelijk recht op thuiswerken als het werk zich hiervoor leent (initiatiefwet GL: http://tweedekamer.groenlinks.nl/node/19888). Thuiswerken heeft een aantal duidelijke voordelen voor bedrijven: de arbeidsproductiviteit wordt hoger, mensen melden zich minder vaak ziek en kunnen gemakkelijker zorg en gezin met hun werk combineren. En de files worden korter, waardoor het vrachtverkeer minder hinder ondervindt en de economische schade van files sterk wordt beperkt. Waar zit hem dan het nadeel, vraag ik me af. Managers die bang zijn dat ze hun werknemers niet kunnen vertrouwen? Bouwondernemingen die geen snelwegen kunnen aanleggen?
2) Fietsen i.p.v. met de auto de stad door
Fiersen is goed voor de gezondheid, en leidt dus tot minder ziekteverzuim. Bovendien neemt een fiets veel minder plek in bij het parkeren. Bedrijven met werknemers die met de fiets komen, hoeven dus minder parkeerplaatsen aan te leggen en te onderhouden. Minder auto’s in de stad betekent ook een beter bereikbare binnenstad voor bevoorrading e.d.
En toch, als je in de gemeenteraad zegt, dat je het gebruik van de fiets ten opzichte van de auto wilt stimuleren, dan is de reactie: dan ga je de auto hinderen, dan worden bedrijven minder goed bereikbaar, en dan gaat het economisch de verkeerde kant op.
Ik vind het erg jammer, die reflex van fiets = -auto = -economie, die op verouderde aannames is gebaseerd. Het is echter de vraag, of die uit te bannen is. Gelukkig heeft in elk geval in Amersfoort een meerderheid van de raad die reflex niet, gezien het feit dat ze kortgeleden een motie tegen nieuwe snelwegen rond Amersfoort heeft aangenomen: http://www.amersfoort.nl/smartsite.shtml?ch=&id=201792.

donderdag 11 december 2008

VERDER of TERUG?

Voor de provincie Utrecht wordt op dit moment een “mobiliteitsplan” opgesteld om de provincie “bereikbaar te houden”. Dit pakket aan maatregelen heeft de naam VERDER gekregen, met bijpassende website http://www.ikgaverder.nl/, waarbij we natuurlijk direct denken: verder waarmee?

Wel, zoals het er nu naar uit ziet, vooral met asfalt leggen. Van de 3,1 miljard (!) euro die beschikbaar is, wordt zo’n 2,9 miljard aan asfalt uitgegeven. De ultieme, toekomstbestendige oplossing tegen de files volgens sommigen. Maar trekt meer asfalt niet gewoon meer verkeer?
De overige 200 miljoen wordt uitgegeven aan fiets, bus en mobiliteitspreventie. De trein krijgt zijn eigen plan, buiten VERDER om (Randstadspoor en hoogfrequent spoor).

De plannen binnen VERDER zijn ingedeeld in vier pakketten:
- Het basispakket van 75 miljoen
- De No Regret-maatregelen van 50 miljoen
- De plusmaatregelen
- De pakketten voor Ring Utrecht, Knooppunt Hoevelaken, A1/A27 Utrecht-Eemnes-Amersfoort en A28 Utrecht-Amersfoort.

De eerste drie onderdelen gaan in januari voor advies naar de gemeenteraden en worden in maart vastgesteld. In deze pakketten vinden we maatregelen als P+R bij intercitystations (Barneveld en Nijkerk), nieuwe fietspaden, stadstransport en telewerken.
Het venijn zit hem in de snelwegplannen: de asfaltplannen rond de stad Utrecht en rond Amersfoort. Komende zomer komen deze plannen voor advies in de gemeenteraden, waarna een voorkeursvariant wordt vastgesteld. In 2011 komen dan de MER en het tracébesluit ter inzage te liggen. In 2012 wordt het tracébesluit genomen. In 2013 volgt bezwaar en beroep, waarna in 2015 de uitvoering start.
De startnotitie over Knooppunt Hoevelaken ligt op dit moment ter inspraak op het gemeentehuis.

Graag horen we hoe u over deze onderwerpen denkt. Als u wilt meedenken met de gemeenteraadsfractie, schrijf dan een e-mail naar Erik van Vliet, op e.vanvliet@raad-amersfoort.nl!


Vragen vanuit de fractie zijn bijvoorbeeld:
Zijn er maatregelen voor fiets en bus te bedenken, die we aan het basispakket toe kunnen voegen?
Zijn de mobiliteitsbeperkende maatregelen voldoende, of kan er nog wel een tandje bij?
Moet er wel asfalt bij, en zo ja, op welke manier?

Interessante koppelingen: